Rahja

Rahja is in de twaalfgoddelijke mythologie de godin der liefde, schoonheid, sexueel genoegen, de roes, de wijn, de paarden. In Aventurië wordt dikwijls gezegd dat veel goden zich bekommeren om het welzijn van de mensen, maar dat enkel Rahja zich bekommert om wat ze eigenlijk willen.
Naast liefde en roes spelen in het Rahjageloof de levendige en schone kunsten zoals dans, muziek en gezang een grote rol. Hoewel kunst in het algemeen bij Hesinde hoort, maar Rahja voor het schone staat, wordt mooie kunst ook dikwijls haar toegewezen. In feite heeft Rahja heel wat belangrijke kunstwerken geïnspireerd: ‘Rahja badend in de golven’ (schilderij), “de vastgebonden Rahja” (beeld in de tempel van Fasar), ‘de liggende Rahja’ (beeld in de tempel van Baburin), het boek “Rahja in het vel” door de vrijheer van Sander-Mysob, de oeroude “veelborstige Rahja” in Teremon, de verhalen uit 1001 roezen…

Tempels van Rahja hebben overigens niets te maken met bordelen: de hoogste roes kan enkel bereikt worden via volledige zelfgave en mits de geest volledig bevrijd is van alle verstorende angsten en fobieën. De gelovige terug het geluk in het evenwicht laten vinden is daarom een belangrijke functie van de Rahjatempel, en vraagt van de Rahjagewijden een grote dosis aan zelfopoffering, zelfbeheersing en mensenkennis. Het kan wel zijn dat de tulamiden hier andere ideeën over hebben, maar zo gaat het er in de beschaafde tempels vandaag aan toe.

Bijnamen: de schone godin, de levendige godin, de beroesende, de lievende, de heerin van het ochtendrood/avondrood.
Aspecten: liefde, lust, roes, wijn, extase, harmonie, schoonheid, feesten, paarden, bloemen, vreugde.
Sterrenbeeld: de merrie
Heiligdommen: de wijnstokken van Tiefhusen, de rozentuin van Zorgan.
Artefacten: de kelk van Rahja te Belhanka, de Levthansband te Tiefhusen, het Joborner liefdeslicht, de mythische sluiers van Rahja.
Symbolen en zegswijzen: mannen en vrouwen kunnen “gelijk Rahja” zijn (van goddelijke schoonheid), “zich in Rahjas armen bevinden” of “Rahja offeren” (twee omschrijvingen van het liefdesspel). Iemand “neemt de sluier op” bij het intreden in de Rahjakerk (verwijzing naar de luchtige kledij van de priesters) of “leegt de kelk tot op de bodem” (geniet met volle teugen van het leven)
Heilig dier: merrie (meestal wit of een vos), bij tulamiden soms ook de hengst
Heilige kleuren: rood, tonen van rood
Heilige planten: rozen, wilde en gecultiveerde wijn, rozenhoutboom; soms worden ook kokosnoten, suikerriet of suikerbieten genoemd.
Heilige steen: amethyst, rozenkwarts, bij tulamiden ook de robijn
Alveraniaren: Aves, Levthan, de paarden Sulva en Tharvun
Deminisch pendant: Belkelel

Rahja

De terugkeer van de duisternis. Kramarsian