Tekstbronnen Unsterbliche Gier

In de loop van de zoektocht naar kennis over wat nu juist vampieren zijn, en hoe ze te vernietigen, zijn volgende brokstukken al naar boven gekomen:

Bron 1

“Eraan komt nacht, donkerte breekt door.
Driemaal klopt aan de meester zijn grote deur,
O gruwel! tandenblikkerend een verdorven vampier.
Hoort, o Meester, mijn leven is hol en leeg,
Zelfs het goede bloed smaakt mij niet meer.
Terug naar het leven, zij het de dood, will ik zozeer!
De slimmige meester Alruinbaard spreekt luid:
Er is geen weg die je wegbrengt uit je huid,
Geen toverij, geen essence, noch een kruid,
Verdorven ben je voor altijd,
Tenzij de Twaalf zich bewust worden van jou.”
Taal: Isdira (vreselijk onbeholpen)
Bron: Alruinbaard,
Weidense ballade van de jonge Aldifried, ca. 280 BV

Grafelijke Bibliotheek van de wijze Tunger, Baliho.

Bron 2

“Vampieren hebben spitse tanden, dragen zwarte kleren en bijten hun slachtoffers langs de zijkant in de hals. Ze kunnen zich in een vleermuis of een wolf veranderen en ook ratten en wolven tot zich roepen. Ze haten knoflook, heilige symbolen van Praios en door Efferdpriesters gewijd water. Als ze overwonnen worden vluchten ze naar hun kist. Ze kunnen gedood worden met een houten spies van witdoorn of steeneik.”
Taal: Garethi
Bron: Groote Aventurischen Almanack
Andergastse uitgave 999 BV.

Grafelijke Bibliotheek van de wijze Tunger, Baliho.

Bron 3

“Al deze elkaar tegensprekende inzichten van het geleerdencorps en het volksgeloof brengen mij meer verwarring dan inzicht in het grote aantal vragen die nog overblijven: wie schiep de vampyren en met welken intentie? Waarom herryzen velen door vampyren gedooden zich als vampyr en anderen dan weer niet? Ofte: hoe ontstaan deze bloedzuygers? Wat is de band met Meester- ende Aertsvampyre? Hoe is de toverij van vampyren opgebouwd? Waaraan erkent men ze uiteyndelyk? En: hoe slaagt men er in ze werkelyk te dooden?”
Taal: Garethi
Werk: Fragmenten uit de Troltander Manuscripten
Bijdrage van magiërin Levita Paligan, ca. 600 BV.

Grafelijke Bibliotheek van de wijze Tunger, Baliho.

Bron 7

Algemene kennis aanwezig in de verschillende culturen:

Veel wijze Middelavonturijnen beweren dat weerwolven en berserkers zich na hun dood in vampieren veranderen.
In het zuidelijke Bornland wordt gezegd dat zelfmoordenaars vampiers worden, want hun door eigen hand teweeg gebrachte dood geldt als een zonde tegen het goddelijke geschenk van het leven.
Bij nivesen wordt incest beschouwd als een ontstaansoorzaak.
In de streek van Greifenfurt zegt men dat het genoeg is beul, geldlener of molenaar te zijn geweest.
Het graf van een bloedzuiger kan men herkennen aan het feit dat de tanden en het haar van het lijk verder blijven groeien.
In Sewerië gelooft men dat de “Na(cht)bijters” herkend kunnen worden aan hun gesmak in de graven en dat men ze kan bannen met een zilverstuk tussen de tanden.
In het Svelltdal doet het bijgeloof de ronde dat allen al de blik van een vampier volstaat om iemand de ziel te roven – een gedachte die men meestal ook heeft betreffende elfen.
Albernische sprookjes vertellen dat vampiers tijdens het bloedzuigen al de naam van hun volgende slachtoffer uitspreken.
Volgens het Groote Boek der Afzweringen houdt alruinenpoeder vampiers op afstand en brengt dit ze zelfs schade toe.
In Garetië zegt men dat een vampier, die Praiosbloemkernen op zijn graf vindt, die moet tellen vooraleer hij ter ruste kan gaan. Gewoonlijk worden ze daarbij door de zon ver®ast.
Knoflook, een heilige plant van Peraine, geldt op veel plaatsen als een universeel redmiddel om vampiers te verdrijven. In Weiden ziet men daarom dikwijls met knoflook gekruide worsten (i.h.b. de “Trallopse kraakworsten”) aan de muren hangen – tot grote vreugde van de wilde dieren.
De meest bekende en “unieke” manier om een vampier te overwinnen zou bestaan uit een onthoofding, waarbij het hoofd aan een wegkruising moet worden begraven, maar het lichaam moet worden verbrand en de as over de vier windstreken worden uitgestrooid.
De dwergen die soms onder vampirisme leiden beweren dat enkel zilveren wapens effectief zijn.
In Al’Anfa heeft men een “doodzekere” methode uitgewerkt: de Boronis vangen de vampier met touwen waar zilver doorheen verwerkt is en begraven hem zo – ook als hij zich nog verdedigt.
In Andergast en Nostrië volstaan naar het schijnt ook oude, gedragen sokken om een vampier dood te krijgen: vampiers moeten die namelijk eerst afribbelen vooraleer ze rust kunnen vinden.

Rondraidan heeft in een oud exemplaar van het Zwarte Boek ook een toepasselijke passage gevonden. Ik laat hem beslissen in welke mate hij intieme kennis van zijn kerk deelt met derden.

Bron 6

“Toen het echter begon te regenen zocht het arme boertje bescherming in een oude burcht. Deze heette de Achburg, want ieder die haar zag, zei: “Ach, wat is dat toch donker hier!”
En terwijl het arme boertje zo aan het klagen was dat het koud was en dat hij zo bang was van het donker, kwam er een ridderman – schwuppediwup – aan. Die was daar al zo lang in het donker dat zijn harnas zwart was geworden en zijn tanden ervan klapperden. “Luister eens boertje, dit zal je helpen”, sprak de ridderman. “Laat mij enkel maar mijn mantel om jou leggen en alle koude en alle schrik voor het donker zullen voor altijd verdwijnen.”
Blijgezind volgde het arme boertje deze raad op en de ridderman kwam heel dicht bij hem en wierp zijn mantel over hem. Al gauw verdween alle koude en ook het duister scheen hem lichter toe. Kort voor zonsopgang vertrok het boertje weer, maar daarvoor waarschuwde de ridderman hem nog: “Pas op! Van regen, koude en donker heb je vanaf nu geen last meer, maar het licht van de zon moet je vermijden. En ook moet je dikwijls met anderen je mantel delen, anders loop je binnenkort weer verloren in de nacht.”
En het arme boertje knoopte het goed in zijn oren en deed wat hem gezegd was.”
Taal: Garethi
Bron: de Sprookjesverzameling van Weldmar van Arpitz.

Uit een boek dat Halcyon gestolen heeft van de dronken hofmagiër van de hertog.

Bron 8

Een zoektocht naar informatie over de Kreunburcht, waar vele sprookjes uit Weiden een naamloos monster plaatsen, brengt na 5D6 uur onderzoek verschillende berichten naar boven, zoals het rapport van Cron “Griffioenklauw” van Ferdok (349 BV, een uittreksel vindt u in MWW 43), Thuysland, vreemdig land (ca. 660 BV), de Census Waldemariensis (1009 BV). Enkele passende en sfeervolle uittreksels vindt u in Het Hertogdom Weiden, p. 46.
• De Kreunburcht was een machtige grensvesting aan de rand van de Duisterkam. In 339 BV, toen de priesterkeizers hun macht tegenover de Rondrianers verzekerden, werd ze door het zonnelegioen ingenomen en gesloopt.
• Sinds die tijd staat de Kreunburcht als vervloekt bekend. De ene keer wordt er gesproken van heksenwijven die er feesten, de andere keer van een draak die in de ruïne zou huizen. Het meest wordt echter gesproken van de Zwarte Man van de duisterkam, een moordende bloedzuiger, die zowel vee als mensen overvalt en een onverzadigbare haat tegen alle dienaars van de Twaalf heeft.
• Er zijn inderdaad telkens weer meldingen en berichten van reizigers die in de buurt van de Kreunburcht zijn verdwenen. Ook een reisgezel van derograaf Bastan Munter verdween hier zo’n 300 jaar geleden.
• De traditionele vermelding van de schouten bij spoorloos verdwenen mensen luidt “ontvoerd door het monster van de Kreunburcht”.
• Bij de bestorming van de Kreunburcht in 339 BV was overste Walmir von Riebeshoff, edele te Greifenfurt en aanvoerder van de zonnelegionairs, betrokken. Hij werd pas de dag na de aanval in het struikgewas teruggevonden, zwaar gewond en doorstoken met doornen. Na een wekenlange ziekte stierf hij uiteindelijk onder mysterieuze omstandigheden: hij zou duistere machten hebben aanroepen en nog van twee van zijn verzorgers de botten en de nek hebben gebroken vooraleer over te gaan naar het schaduwrijk. In geen enkele bron wordt gesproken over een begrafenis.

Bron 9

“Buiten de kringloop van worden en vergaan staan vele schepsels der onnatuurlijkheid […] De vampier heeft de mogelijkheid om levende wezens te beroven van de adem van het leven, door Rohal Sikaryan genoemd. Vooral kinderen en jonge mannen en vrouwen bezitten veel van deze levenskracht. De roof gelukt door het bijten en bloedzuigen van het slachtoffer, dat daardoor meestal leven en ziel verliest. Vampiers worden voortdurend aangedreven door hun nimmer aflatende honger naar bloed. Als een vampier niet genoeg bloed kan verkrijgen, moet hij gaan slapen. Lukt het hem ook daarna niet om nog bloed te zuigen, dan verliest hij zijn bovennatuurlijke kracht en vervalt hij tot een eenvoudig wezen dat dikwijls in graftombes huist en eenvoudiger te verwonden is.”
Taal: Garethi
Bron: Geheimen des levens
Vinsalt, gedrukte uitgave, 997 BV.

Deeluittreksel gevonden in de Grafelijke Bibliotheek van de wijze Tunger, Baliho.

Tekstbronnen Unsterbliche Gier

De terugkeer van de duisternis. Kramarsian